Deniz Tezcan
Zoals wij weten, lachen Christelijke apologeten moslims vaak uit wanneer zij een verband leggen tussen Bijbelse taal van lof, eer of heerlijkheid en de naam Ahmad, Mahmud of Muhammad. Volgens hen zou dit pure fantasie of ‘Wishful thinking’ zij. Of ze claimen dat wij er ‘in lezen wat wij erin wilt zien’. Maar wat gebeurt er wanneer een christelijke Arabische geleerde zelf Griekse woorden voor glorie en eer vertaalt met woorden uit exact dezelfde Arabische wortel waaruit de naam Muhammad voortkomt? Dan wordt de zaak ineens minder eenvoudig.
De bekende 9e eeuwse christelijke Arabische geleerde Hunayn ibn Ishaq, bekend als één van de grootste vertalers van Griekse werken naar het Arabisch, maakt een interessante vertaalkeuze. In zijn Arabische vertaling van het werk van Artemidorus van Daldis, het Oneirocritica (The Interpretation of Dreams), vertaalt hij:
Laten we hier bij stilstaan. Het Griekse Doxa wat wordt vertaald met:
Het Arabische Mahmud wat wordt vertaald met:
En waar komt Mahmud vandaan? Uit exact dezelfde Arabische wortel als, Muhammad en Ahmad namelijk, H-M-D.
Natuurlijk voor de duidelijkheid, niemand beweert hier dat Hunayn ibn Ishaq was stiekem moslim, net als dat niemand beweert dat Hunayn ibn Ishaq letterlijk de naam Muhammad schreef in zijn vertaling. Dat zou intellectueel oneerlijk zijn. Maar wat men óók niet eerlijk kan zeggen is dat er absoluut géén verband is tussen Griekse glorietaal en de Arabische wortel H-M-D. Want een christelijke geleerde van formaat gebruikte die relatie simpelweg zelf.
Sommigen zullen direct zeggen:“Ja maar dit komt uit Oneirocritica, van Artemidorus. Niet uit het Evangelie.” Maar dat mist grotendeels het punt. De vraag is namelijk niet of Hunayn bewijst dat Jezus alayhi as-salam Muḥammad ﷺ voorspelde? Nee. De vraag is hoe een Arabische christelijke geleerde Griekse woorden van glorie, eer en lof begreep? En dan zien wij iets heel interessants.
Hij kiest woorden uit de wereld van H-M-D. Dat is relevant. Zeker wanneer men beseft dat Hunayn leefde in de negende eeuw, ruim twee eeuwen na de komst van de Profeet Muḥammad ﷺ. Hij leefde midden in een islamitische beschaving. Het is moeilijk voorstelbaar dat hij onbekend zou zijn geweest met de religieuze betekenis van deze wortel. Dus nogmaals, het is niet alsof dit bewijst dat er een automatisch bewuste verwijzing is. Maar het maakt wel de populaire christelijke claim zwakker dat iedere verbinding tussen Bijbelse heerlijkheidstaal en H-M-D ‘compleet absurd’ zou zijn.
In het Nieuwe Testament lezen wij meerdere keren dat de Zoon des Mensen zal komen in "doxa". Bijvoorbeeld: “Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid van Zijn Vader…” in Mattheüs 16:27. Het Griekse woord, doxa, wordt meestal vertaald als: heerlijkheid, glorie of eer. Moslims hebben al eeuwen gewezen op de opvallende taal van lof, eer en verhevenheid rondom de aangekondigde boodschapper.
En dan komt de Qur’an met een opmerkelijke uitspraak: “En toen ʿĪsā, zoon van Maryam, zei: ‘O Kinderen van Isrā’īl, voorwaar, ik ben de boodschapper van Allah aan jullie, ter bevestiging van wat vóór mij van de Tawrah kwam, én als verkondiger van een boodschapper die na mij zal komen, wiens naam Aḥmad is.’” in Soerat al-Ṣaff 61:6. Nogmaals, en wees eerlijk, er is niemand zegt: “Iedere keer dat doxa voorkomt betekent het automatisch Muhammad ﷺ.” Dat zou ook een slechte argumentatie zijn. Maar wanneer een christelijke Arabische vertaler deze termen van glorie vertaalt via woorden uit de H-M-D wortel, dan wordt het ineens een stuk moeilijker om te doen alsof iedere semantische verbinding tussen lof, heerlijkheid, geprezen zijn, Ahmad en Muhammad volledig uit de lucht gegrepen zou zijn. Denk daar even over na.
Hier ontstaat een interessante inconsistentie. Wanneer christelijke theologen diepere lagen, typologie of symboliek lezen in de Bijbel, dan is dat volgens velen prima. Maar zodra een moslim zegt: “Interessant dat een christelijke Arabische geleerde endoxos vertaalt met al-mahmudatu”, dan wordt plotseling gedaan alsof iedere mogelijke relatie absurd is.
Waarom?
Waarom mag men wel uitgebreide theologische verbanden leggen wanneer die christelijke conclusies ondersteunen, maar wordt zelfs een taalkundige observatie direct bespot zodra zij in islamitische richting wijst?
Misschien verdient dit onderwerp daarom iets meer intellectuele eerlijkheid, en iets minder spot.